Tentoonstelling over geliefd en verguisd Hoog Catharijne

Hoog Catharijne door de jaren heen

1960-2019

Weet je nog? Ooit was Hoog Catharijne een spiksplinternieuw fenomeen dat zowel bewondering als luid protest opriep… Het is moeilijk voor te stellen hoe de wereld eruit zag toen Hoog Catharijne verrees. Een megaproject dat zijn weerga niet kende. Door aanpassingen aan het interieur en buitenkant, ging het oorspronkelijke karakter van het gebouw steeds meer verloren. Hoog Catharijne krijgt daarom haar meest grondige opknapbeurt sinds de bouw.


unnamed-8
Foto op de uitnodiging: Cas Oorthuys / Nederlands Fotomuseum

Uitgangspunt: de blik van betrokkenen en gebruikers

Voor een lange bouwwand in het winkelcentrum, maakte ik een tentoonstelling over de totstandkoming van Hoog Catharijne, het gebruik door de jaren heen en het toekomstige winkelcentrum. Bij het bedenken van een ‘verhaallijn’ en het zoeken naar historisch beeld, lag mijn focus op de uiteenlopende ervaringen en de wisselende blik van betrokkenen en gebruikers. Wat bezielde de architecten? Waarom wilde de gemeente Utrecht de oude Stationswijk slopen voor de bouw van dit megacomplex? Wie kwamen in opstand en waarom? Wie kwamen vervolgens reikhalzend kijken in het toen gloednieuwe fenomeen? En waarom heeft bijna iedereen het gevoel er te verdwalen?

Beeldmateriaal

Het grootste deel van de tentoonstelling bestaat uit historische beelden en een promotiefilm uit 1970, afkomstig van Het Utrechts Archief. Daarnaast hangen er foto’s van de huidige verbouwing en artist impressions van het toekomstige Hoog Catharijne.  Korte teksten en prikkelende quotes vertellen het verhaal achter de foto’s.

Opening

De tentoonstelling opent op donderdag 29 januari en blijft naar verwachting een half jaar hangen. Daarna verhuist de tentoonstelling naar een andere plek.

Locatie

De tentoonstelling bevindt zich in het Gildenkwartier, ter hoogte van Van Haren (nabij de ingang van de Radbouw parkeergarage P3).

Uitbreiding tentoonstelling

Later dit jaar verhuist de tentoonstelling naar een andere bouwwand in Hoog Catharijne en wordt ze aangevuld met een aantal portretten van betrokkenen en vaste gebruikers in het winkelcentrum, zoals een ondernemer van het eerste uur, een bewoner die er al jaren woont, een kantoormedewerker en (mogelijk) een architect.

Partners in crime

Bij het maken van de tentoonstelling was mijn stagiair Lies Slot een super goede partner in crime. De vormgeving is van de hand van twee ontwerpers die net als ik een werkboot huren op De Ceuvel: Wendy Rommers en Cristel Lit van Lots Of/. Vertaler Maaike Vondenhoff maakte een sublieme ondertiteling bij de promofilm uit 1970, waardoor de geluidloze filmvertoning toch nog een beetje klinkt als de oorspronkelijke polygoonstem.

Ik maakte de tentoonstelling in opdracht van de eigenaar van Hoog Catharijne: Corio B.V.

 

 

 

 

 

 

 

Dubbelinterview Tommy Wieringa & Jelle Brandt Corstius

‘Reizen is gewichtloosheid’

Boekenweekauteurs Tommy Wieringa en Jelle Brandt Corstius over de kunst van het reizen

Hoe verschillend ze ook schrijven – bloemrijke romans versus nuchtere, humorvolle non-fictie – over hun liefde voor reizen spreken ze als één man: Boekenweekauteurs Tommy Wieringa (46) en Jelle Brandt Corstius (35). “Reizen is hopen dat de dag níet zo gaat als je in je hoofd had.” Wieringa: “Precíes! Kunnen we dat opnemen in het stuk als kernzin?”

Publicatie in het Boekenweek Magazine, februari 2014

Als de twee lange, kale schrijvers elkaar voor het eerst zouden ontmoeten in een buitenlandse, zespersoons treincoupé met een lange reis voor de boeg, zou er bar weinig gebeuren. Daar zijn Wieringa en Brandt Corstius het roerend over eens. “Ik zou doen wat alle Nederlanders dan doen”, lacht Wieringa. “Wegduiken alsof de ander niet bestaat. Het fijne van reizen is nu juist dat er geen getuigen zijn.” Brandt Corstius: “Vroeger kon ik in zo’n situatie nog wel eens een hele nieuwe persoon verzinnen. Dan praatte ik twee uur over mijn werk als fysiotherapeut. Dat was een leuke mentale oefening. Maar sinds ik tv-programma’s maak val ik denk ik toch iets sneller door de mand.”

Tommy Wieringa en Jelle Brandt Corstius hebben niet alleen hun schrijflust gemeen. Beiden maakten ze televisie voor de VPRO: Wieringa reisde langs de Nederlandse grens, Brandt Corstius door Rusland en India. En allebei voelen ze hun leven lang al een verlangen naar elders. Wieringa: “Tot mijn zevenendertigste was ik zo ongeveer ononderbroken onderweg. Toen liep alles in het honderd en kreeg ik kinderen.” Hij schaterlacht. “Al zie ik nu mijn meisjes twee en drie zijn wel weer wat meer ruimte om eens de boer op te gaan.” Wieringa’s reizende leven begon hier, bij het Lloyd Hotel aan het Amsterdamse IJ, de locatie van het interview. “Toen ik twee was zijn we hier vertrokken met het schip de Prins der Nederlanden, mijn ouders met een hart vol verwachting, op weg naar een nieuw bestaan in Aruba.”

Jelle Brandt Corstius ging als kind met zijn ouders al op ‘bijzondere vakanties’. Tommy Wieringa woonde zeven jaar met zijn ouders op de Antillen, waar zijn vader werkte als onderwijzer. “Ik groeide op onder een gigantische open hemel. Staalblauw. Vorige week stond ik bij Den Oever naar het grauwe, aanspoelende sop te kijken en ik prees mezelf gelukkig dat er andere invloeden in mij zijn gestroomd dan alleen deze hemel en dit water. Ik herinner me heel goed hoe het was toen ik terugkwam in Nederland en… die zee zag. Ik dacht, Jezus, dat is geen zee! Dat is waswater. Het afvalwater van een gaarkeuken.” Brandt Corstius schatert. Wieringa: “Of hoge, bakstenen straten. Beklemmend. Als baksteen nat regent, is ze nog donkerder, dan wordt ze bijna zwart. Ik snap niet dat mensen hun huizen niet pleisteren hier.”

Jelle Brandt Corstius: “Ik heb dat beklemmende gevoel niet bij baksteen, maar wel met Nederland op zich. Dat elke vierkante meter in Nederland een bestemmingsplan heeft. Zelfs de natuur. ” ‘Ik verlang nooit naar huis, erger nog: als ik thuis ben verlang ik naar weg zijn’, schrijft de journalist en programmamaker in zijn Boekenweekessay over een cruisetocht door de Witte Zee, via de Noordkaap naar de Noord-Russische stad Archangelsk. Hij vertrok op zijn vijfentwintigste naar Moskou en werkte er vijf jaar als correspondent voor kranten en tijdschriften. “Daar kwam ik erachter dat het echt bijzonder is dat in Nederland je dag meestal zo ongeveer volgens plan verloopt.”

De kunst van reizen is volgens de auteurs juist het tegenovergestelde van een plan hebben en je daaraan houden. “Je moet de vrijheid nemen om te hopen dat je dag níet zo zal gaan als je in je hoofd had”, vindt Brandt Corstius. Wieringa, lachend: “Precíes! Kunnen we dat opnemen in het stuk als kernzin?” Serieuzer: “Voor mij begint reizen met alleen zijn, en dat kan ik ook in Barger-Compascuum. Een gedeelde ervaring is een halve ervaring.” Brandt Corstius: “Vind je? Oh, dat heb ik helemaal niet.” Wieringa: “Als ik alleen onderweg ben, slaat er een raar soort vereenzaming toe, waardoor alles zich verdiept. Ik ga beter kijken. Met zijn tweeën kom je in een dynamiek waarbij je voortdurend naar elkaar kijkt.” “Je hebt niet de rust voor je eigen observaties?” “Precies.”

Brandt Corstius zucht. “Als ik reis voor het schrijven, is het inderdaad beter om alleen te zijn. Om die reden wil ik komend jaar even geen televisie maken. Die twee dingen gaan gewoonweg niet samen. ” De programmamaker kwam vóór dit interview linea recta uit het montagehok waar hij zijn nieuwe VPRO-serie ‘De bergen achter Sotsji’ monteert, tot in de nachtelijke uren. Voor de zes afleveringen die in januari en februari werden uitgezonden, trok hij non-stop filmend, 38 dagen lang door de Kaukasus met zijn cameraploeg. “Met reizen heeft zo’n trip eigenlijk niets te maken”, zegt Brandt Corstius. “Voor mij is reizen dat je tot nieuwe inzichten komt en nieuwe dingen meemaakt. Met zo’n serie, of het nou langs de Nederlandse grens is of dat ik in het hart van Georgië zit, het dondert eigenlijk niet zoveel. Je bent gewoon alleen maar bezig met televisie maken. Toen ik dit weekend over de Hondsbossche Zeewering tegen de wind in fietste, kwam er meer tekst in me op dan tijdens die hele maand in de Kaukasus. De kíjker van mijn programma’s, díe is op reis. Daarom vind ik het ook leuk om mijn eigen series terug te kijken. Dan denk ik: godverdorie, wat ik nou toch weer heb meegemaakt!”
Wieringa over zijn VPRO-serie De Grens: “Ontzettend leuk om te maken, maar ook een enorm gedoe. Je moet van de ene afspraak naar de andere. Proberen op tijd te zijn. Ik heb niet één aantekening gemaakt in de maanden dat ik aan het opnemen was. Terwijl ik normaal altijd aan het schrijven ben. Die hele ploeg mensen om je heen, al die spullen: dat is allemaal gewicht. Echt reizen is voor mij gewichtloosheid.”
Brandt Corstius: “De meest verlichte vorm van reizen is zonder spullen. Ik las een geweldig stuk over een jongen die op zijn eerste date met een meisje, had voorgesteld om drie weken te gaan liften door de Balkan en Turkije. Zonder iets mee te nemen: alleen de kleren die ze aan hadden, een creditcard, een telefoon. Ze stapten in de bus, wasten ‘s avonds hun kleren, en trokken ze de volgende dag weer aan. Dat kán dus gewoon.”

Op de vraag of een reiservaring waardevoller wordt door erover te schrijven, valt een lange stilte. Wieringa: “Ik heb een aantal reizen gemaakt voordat ik echt schreef. Ik ben heel lang in Ethiopië geweest toen ik 22 was, maar ik heb nauwelijks aantekeningen. Terwijl het zo bijzonder was, er gebeurden daar echt wonderen waardoor ik minstens een dag lang niet aan Zijn bestaan durfde te twijfelen. Maar ik heb geen namen, geen data, de plaatsen waar ik was kan ik nauwelijks terughalen. Daar baal ik enorm van.” Brandt Corstius: “Je hebt die ervaring natuurlijk wel zelf meegemaakt. Maar je kunt hem niet delen met lezers. Daar wordt de ervaring niet minder van, maar het is wel een gemiste kans.” Het is bovendien een fantastische nieuwe ervaring om over een reis te schrijven, vindt Wieringa. “Er zijn dingen die plotseling in een heel ander licht komen te staan als je ze opschrijft. Een verhaal waar ik nog steeds met plezier aan terugdenk, gaat over een portret van een dubbelganger van mij, dat ik zag in Slot Belvedere in Wenen. Het was een schilderij van Egon Schiele, en toen ik ervoor stond was het echt van: dit bén ik. Mensen om me heen wezen naar me en fluisterden. Toen ben ik gaan uitzoeken wie die man was. Het bleek Victor Ritter von Bauer, een ontzettend interessante kerel, een vrijdenker die de hele wereld had bereisd en één van de eersten die in Oostenrijk zijn vliegbrevet haalde.”

Brandt Corstius: “Alleen reizen doet iets met je creatieve gedachten. Als ik in Kazachstan in mijn eentje terug kom van een pizzeria waar het deeg op is, dan ben ik in de stemming om te schrijven.” De beste verhalen zijn die waarin dingen in mis gaan, vindt Corstius. “De lezer wil tegenslagen zien, want hij heeft de reis niet gemaakt. Dat is de fout van veel reisjournalistiek: iemand gaat naar Australië en schrijft hoe fantastisch mooi het er wel niet was. Ik vind een verhaal dat je überhaupt niet in Australië belandt, veel interessanter. Je moet de vrijheid nemen om je blik af te laten dwalen van wat in je programma staat.” Wieringa: “Zo zag ik tijdens opnames van een boer in Drenthe, de hele tijd vanuit mijn ooghoek kerels in Opel Manta’s zag wegschieten in het bos. Toen ik ging poolshoogte ging nemen kwamen we bij een illegale zender vlak over de grens, met stomdronken kerels. De biertap stond onder stroom en toen ik vroeg waarom zei iemand in dialect: “Hij is niet geaard!” Hahaha. Fantastisch. Dat had net zo goed in Oekraïne kunnen zijn.”
Brandt Corstius: “Precies: je hoeft niet ver weg te gaan om iets mee te maken. Mensen vinden het soms bijzonder dat ik ‘oog heb voor onverwachte details’. Ik vind het eerder gek als andere mensen dat niet hebben. Wat een saai leven moet dat zijn.”


 

Reisleiders in Boekenland

Wieringa en Brandt Corstius lezen zelf ook graag reisliteratuur. Vier tips van de kenners:

  • Holidays in Hell, P. J. O’Rourke – Brandt Corstius: “Hij ging op vakantie in gebieden die daar niet voor bedoeld waren, zoals Beiroet midden jaren ‘80. Heel erg grappig.”
  • Molvanië: een land gevrijwaard van moderne tandheelkunde, Tom Gleisner, Santo Cilauro en Rob Sitch – Wieringa: “Wat heb ik dáár om gelachen! Een reisgids naar een verzonnen land. Niemand heeft er een tand in zijn mond, en je wilt kajakken, maar de meren zijn helaas radioactief bevuild.”
  • Ingenieurs van de ziel, Frank Westerman – Brandt Corstius: “Dit boek was voor mij één van de redenen om naar Rusland te gaan. Historisch zonder dat het stoffig wordt.”
  • Zwarte Zee, Neil Asherson – Wieringa: “Fantastisch reisverhaal. Eén van de shockerendste dingen in het boek, is dat de Zwarte Zee dreigt om te keren door het gewicht van verschillende waterlagen. Een natuurramp zonder weerga.”

Nieuwe buren ruilen verhalen

Om de mensen uit twee sleutelwijken in Noord dichter tot elkaar te brengen organiseren de ‘nieuwe noorderlingen’ Jona Dekker (schrijfster) en Tryntsje Nauta (fotografe) een interactief ruilproject.‘ ‘Nieuwe buren’ is een uitwisseling van dierbare dingen, beelden en verhalen tussen bewoners van twee aangrenzende wijken in Amsterdam-Noord: de Van der Pekbuurt en Overhoeks.

De aanleiding

In de oude, multiculturele Van der Pekbuurt en in de aangrenzende, chique nieuwbouwwijk Overhoeks, wonen over niet al te lange tijd mensen met hele verschillende achtergronden. Het ‘echte Amsterdam-Noord-gevoel’ overheerst in de Van der Pekbuurt, terwijl de nieuwe woonwijk bij Overhoeks aan het IJ met haar flaneerboulevard en nieuwe filmmuseum zich lijkt te richten op de binnenstadbewoners. Toch kan Overhoeks de nieuwe toegangspoort naar het noorden worden, de lijm die twee kanten van het IJ, na eeuwen gevoelsmatig gescheiden te zijn, met elkaar verbindt.

Met Nieuwe Buren willen we een lofzang brengen aan een van de laatste volkswijken in de stad, aan het goede van het oude en het frisse van het nieuwe. Wij willen dat de oude bewoners de nieuwe bewoners leren kennen en andersom. Wij willen de unieke mengelmoes van Noord, van dit bijzondere moment in de geschiedenis van Amsterdam-Noord, namelijk het moment dat de stad het IJ definitief oversteekt, vangen in onze fotografie en verhalen.

DE NIEUWE BUREN
‘Nieuwe Buren’ is een breed begrip in de context van Amsterdam-Noord. De noorder IJ-oever is altijd een eindpunt van migratie binnen de stadsgrenzen geweest, met volkswijken waar arbeiders uit onder meer Oost en de Jordaan naartoe verhuisden en waar tegenwoordig ook veel buitenlandse migranten wonen. Nu wordt het stadsdeel steeds meer een stedelijke, populaire plek ‘in opkomst’. Starters kopen er hun eerste huis, kunstenaars huren tijdelijk afgekeurde woningen voor een prikkie. Ze strijken neer tussen wie er al tijden leefde, en daar wordt door de oude bewoners weer heel wisselend naar gekeken. De een vindt het geweldig dat de wijk steeds gemengder wordt, de ander heeft er moeite mee dat er minder contact is tussen bewoners onderling, door het grotere verloop en de steeds individueler wordende maatschappij. Dit project viert de verscheidenheid van mensen in Noord, maar wil óók juist het contact en wederzijds begrip tussen bewoners aanwakkeren.

HET RUILEN
Om ‘nieuwe buren’, oftewel bewoners uit de Van der Pekbuurt en Overhoeks op een intieme, bijzondere manier met elkaar kennis te laten maken, gaan Jona en Tryntsje op ‘ruilexpeditie’ door de wijk.

We beginnen met een dierbaar object uit ons eigen huis. Bij dit ‘ding’ hoort een vel met een portret van ons en een verhaaltje over ons en het object. Met dit aandenken bellen we aan bij een willekeurig iemand en vragen we of de bewoner ons voorwerp wil ruilen tegen een bijzonder voorwerp van hem of haar zelf. Wat dit is vult de bewoner zelf in. Het hoeft niet duur te zijn, het gaat om het verhaal dat de bewoner over zijn eigen ‘erfgoed’ te vertellen heeft.

Tryntsje Nauta fotografeert de eigenaar en het ding. Aan de hand van een interview schrijft Jona Dekker over het voorwerp en de relatie die de mensen tot het voorwerp hebben. Met het nieuwe voorwerp, waaraan wederom het bijbehorende portret en een kort verhaal over de oorspronkelijke eigenaar bevestigd zijn, gaan we weer verder naar andere buren – afwisselend in de Van der Pekbuurt en Overhoeks – en zo ruilen we steeds voor nieuwe bijzondere spullen. Het ruilen van objecten is tegelijkertijd een uitwisseling van verhalen en beelden, die van vrijdag 17 september tot en met 7 oktober dagelijks worden gepubliceerd op deze weblog.

DE EXPOSITIE
17 sept 2010 t/m 7 nov 2010 – Weblog en posters Van der Pekstraat
-Het ruilen van objecten is tegelijkertijd een uitwisseling van verhalen en beelden, die van vrijdag 17 september tot en met 29 oktober om de dag worden gepubliceerd op deze weblog. (De verhalen blijven daarna op de weblog staan. De posters blijven in de Van der Pekstraat hangen tot 7 november.)
-Posters van de objecten komen in dezelfde periode aan de bomen in de Van der Pekstraat te hangen – elke dag een nieuwe.

17 sept 2010 – Opening expositie portretten NH Hotel
We exposeren een selectie van de portretten van bewoners in de lobby van het NH Hotel aan het Mosplein.

29 okt 2010 – Buurtfeest deelnemers en andere bewoners
Deelnemers en andere buurtbewoners worden op vrijdag 29 oktober 2010 uitgenodigd op een feestelijke opening in (waarschijnlijk) Buurthuis ’t Crat. Hier wordt het laatste object als nieuw, openbaar, ‘ready made buurtkunstwerk’ onthuld door de laatste gever.

Historische borden in Amsterdam-Noord

IMG_1082

Voor het Amsterdams Toerisme en Congres Bureau (ATCB), de organisatie die ook de slogan ‘I Amsterdam’ bedacht heeft, werkte ik in 2010 mee aan het project ‘Het ontsluiten van verhalen’.

Overal in de stad Amsterdam komen bij belangrijke monumenten en historische locaties informatiebordjes te hangen. De bordjes hebben een chip die je via een speciale app op je telefoon kunt scannen. Als je de chip scant, word je automatisch naar een mobiele site geleid met aanvullende informatie en bijzondere anekdotes over de plek waar je je bevindt. Ik schreef alle teksten over de geselecteerde plekken in Amsterdam-Noord.

Stories voor nieuwe NDSM-site

Voor de nieuwe interactieve website van de NDSM-werf, een Amsterdamse culturele hotspot, schreef ik de themateksten en 11 stories en over de pioniers van de voormalige scheepswerf. Nu is de site live en wordt ze bijgehouden door door kunstenaars, (creatieve) bedrijven, bewoners en bezoekers van de NDSM-werf.

Fabuleuze verrassingen in de Banne

Samen met kids in de Noord-Amsterdamse wijk De Banne organiseerde ik met Frouwkje Smit een project rondom oude media: ‘De Superkijkdoos’. In de garagebox 71 in de Klipperstraat hebben we elkaar onze verhalen verteld met schaduwspel, kijkdozen en flipboekjes en méér.

Tussen het wekenlang knutselen door namen we de kinderen (een aantal had nog nooit een bioscoop van binnen gezien!) mee naar EYE Filmmuseum voor een Hoogstpersoonlijke Rondleiding. Een geweldige ervaring natuurlijk, maar de kinderen gaven aan dat ze de oude garagebox (BOX 71) in hun wijk zelfs nóg leuker vonden.

Zie hier het filmpje van Basta.
Of lees dit artikel in de Volkskrant.